donderdag 20 juli 2017

Een niet Joodse rot-jood



Veel mensen vragen zich terecht af, waarom ik mij als niet-jood zo betrokken voel bij het jodendom, Joodse Nederlanders en de staat Israƫl.

Mijn volledige naam is Martinus, Theodorus, Maria van Lin en ik stam uit een keurig Rooms-katholiek gezin uit het dorp Meerssen, in Zuid-Limburg.

Ik ben op 4 juni 1961 geboren in het St. Annadal ziekenhuis in Maastricht en groeide op in een chique villawijk in Meerssen, aan de Houtemerweg.

Ons huis was niet het eigendom van mijn ouders, maar van de Nederlandse Spoorwegen.

Vervolgens zijn wij verhuisd naar een "ordinaire" volksbuurt in Meerssen-West.

Ik leerde daar mijn nieuwe maatje Fred Kaspers kennen. Het klikte meteen, wij waren twee vrolijke en creatieve jongens, met een goed gevoel voor humor.

Aangezien de leraar ons enthousiasme niet zo waardeerde, werd ik geacht naar een BLO school te gaan.

Een kindpsycholoog heeft mij vervolgens uit protest naar de Suringar school, aan de Franciscus Romanusweg in Maastricht gestuurd.

In tegenstelling tot de RK dorps-school was Suringar Protestants-Christelijk, maar vooral een leerling vriendelijke school.

Op deze school zaten veel Molukse, Indo kinderen, iets wat op de RK dorps-school volstrekt ondenkbaar was.

Op zich ging dit voortreffelijk, totdat blanke RK klasgenoten me begonnen te intimideren, omdat ik "te veel" met Molukse klasgenoten om ging.

De ellende begon pas echt, toen er in een les lees boekje stond: De Joden hebben Christus vermoord en iets van Joden hebben zwart haar en bruine ogen.

Mijn klasgenoten realiseerden zich dat ik niet protestant was, dat ik gitzwart haar had en van die bruine kraal oogjes. Hun conclusie was: jij bent een jood en je hebt Christus vermoord.

Het begon met schelden en vervelende pesterijen, het  eindigde met fysiek geweld. Er werden bakstenen naar m'n kop gegooid op de speelplaats. Ik werd achterna gerend, tot aan het station toe en werd door groepen kinderen in elkaar geslagen. Dag in, dag uit, maand, na, maand, jaar na jaar.

Uiteindelijk kwam ik met een bloedneus, bont en blauw geslagen thuis, waardoor ik mijn stille verdriet en de dagelijkse vernederingen niet langer voor mijn ouders kon verbergen.

Mijn moeder schreef een boze brief aan de directeur en de oplossing was dat iedereen mij op zijn of haar verjaardagsfeestje moest uitnodigen, VERPLICHT!

Nou, daar werd ik gelukkig van NOT!

Maar wacht, dit is nog niet alles :-(

Ik heb een Joodse oom, waar ik heel erg trots op ben en wij mochten als kinderen nooit vragen stellen over de (groot)ouders, omes en tantes aan onze Amsterdamse nichtjes en neefjes.

Uiteindelijk zijn we er achter gekomen dat de VOLLEDIGE FAMILIE van mijn lieve Amsterdamse oom VERGAST is tijdens de tweede wereldoorlog.

Dit was voor mij het keerpunt. Dit was het moment waarop ik mij in het Jodendom en de joodse geschiedenis ben gaan verdiepen.

Geen enkel weldenkend mens kan zich verenigen met antisemitisme en ik beloof plechtig dat het vervolgverhaal positiever van aard wordt.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten